Ingezonden door Dhr. Nijenhuis waarvoor onze dank.

Onlangs zag ik vanuit mijn appartement wat zwarte rook naar de hemel opstijgen.

Vanuit de Nieuwe Haven kwam die rook. Kort en krachtig. Zeker een scheepsdiesel die gestart wordt, van een supplier die naar een boor eiland vertrekt dacht ik nog. Al snel was er geen rook meer te zien. De op toeren komende turbo zorgde inmiddels voor de nodige lucht/zuurstof naar de cilinders.

Het was maandag die dag dat ik dat zag gebeuren. Vroeger was maandag de wasdag voor de huisvrouwen die nog niet massaal buitenshuis werkten.

Onwillekeurig gingen mijn gedachten, daar staand aan het raam, terug naar die periode dat de haven nog vol lag met marine stoomschepen en rook geen bijzonderheid was.

Als het smaldeel vertrok zag je in het gunstigste geval de stokers zo rond drieën in de nacht op de fiets richting de Nieuwe Haven rijden. Er moest opgestookt worden. Minimaal vier uur voor het vertrek begonnen zij aan die klus. Indien, in verband met de te verwachte lekkages, men het niet vertrouwde werd er zes uur of meer voor uitgetrokken. Men ging het nog koude ketelruim in en er werd begonnen met de nodige voorbereidingen. Koud en kil was zo`n ketelruim, zeer zeker in de winter. Je kwam al verkleumd met je fiets bij het schip aan.

Dan ook nog dat donkere, koude ketelruim in.
De verlichting werd ontstoken, systemen werden na gelopen en enkele kleine werktuigen werden bij gezet.

 

Daarna werd een brandende toorts voorzichtig in de ketel gestoken.
Samen met een dieselolie (pitje) hulpbrander  kwam er  voorzichtig leven in de ketel.  Met wat geluk rookte de ketel dan niet al te veel meer. Kwam de ketel wat meer op druk dan schakelde men over op de zware stookolie. Olie die nog niet voldoende voorverwarmd was maar ook te weinig lucht kreeg toegevoerd voor een goede verbranding. Dit omdat de door stoom aangedreven ventilatoren nog niet voldoende konden draaien.  Het gevolg was vaak dat er een dikke zuil zwarte rook de schoorsteen uit rolde. Naarmate het proces van opstoken vorderde werd dit minder en na verloop van tijd kon men weer helder door de rookspiegels kijken en werd het lampje van de rook verklikker installatie van rood weer groen.

En dat op maandag. De dag dus dat menig huisvrouw (vroeger) al druk doende was met de was. Zeer zeker in de zomerdag als het vroeg licht werd. Droog machines waren er nog niet. Buiten aan de waslijn moest de was drogen. Indien dan de wind  Noord, Noord Oost was, dan was men in de Visbuurt, Binnenhaven, Zuidstraat en Ankerpark niet blij. Menige verwensing werd er dan richting de Nieuwe Haven geuit. Het leed was dan echter nog niet geleden want voordat er stoomklaar gemeld werd, moest er vaak nog even roet geblazen worden. Iets wat nog erger was voor deze huisvrouwen dan het opstoken zelf. Dit roetblazen deed men later veelal als het schip buiten op zee was, mede onder druk van de schipper. Het schip werd dwars op de wind gelegd waardoor de pijpluizen het schip niet raakten en zo schoon bleef. 

 In het ketelruim kreeg men, naarmate het proces van het opstoken vorderde een steeds beter gevoel. Bovendeks kwam het schip ook steeds meer tot leven. Verse koffie kwam naar beneden. Ketels en systemen werden in communicatie gezet en
en ging zich op maken om de wacht over te geven.

Op dat moment, als het bedrijf er gereed voor was, de order telegraaf volgen was gegeven en het schip bij wijze van spreken aan de trossen lag te rukken, ja dan had ik toch een goed gevoel. Met een team van een man of vijf,  midden in de nacht een donker compartiment in, waar het licht nog ontstoken moest worden en dan nu een heel schip tot leven te hebben gebracht, ja dat gaf een goed gevoel. In stilte gaf ik ons zelf dan ook maar een schouderklopje. Met een voldaan gevoel betrad ik dan, nadat ik tegen acht uur de wacht had overgedragen, de stalen trap naar boven en sloot het luik van het ketelruim achter me.

De reis kon aanvangen. Ja, daar dacht ik dus aan toen ik die zwarte rook weer even zag, komende uit de haven.
Nu worden er vanuit een airco omgeving systemen en werktuigen gestart door op digitale knopjes te drukken of met een rollerbal aan de gang gaan.
In de onbemande machinekamers wordt  alleen nog een controle ronde gemaakt alvorens vaar gereed te melden. En dat alles zonder zwarte rook.
De huisvrouwen kunnen nu blij zijn. Hoewel, er zijn er niet zo veel meer die de maandag nog als vaste wasdag zullen hebben.